De raadsman van verdachte heeft zich, overeenkomstig de inhoud van een aan de rechtbank overgelegde pleitnota, op het standpunt gesteld dat verdachte van het ten laste gelegde integraal dient te worden vrijgesproken, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.
Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat tegen de achtergrond van de echtscheidingsproblematiek van de ouders van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , en de dynamiek tussen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , waarbij er sterke aanwijzingen zijn dat [slachtoffer 1] zich intensief heeft bezig gehouden met wat [slachtoffer 2] moest zeggen, er uiterst voorzichtig met de door hen afgelegde verklaringen moet worden omgegaan.
Verder wordt de verklaring van [slachtoffer 1] over wat haar is overkomen niet ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] . Zo heeft [slachtoffer 2] niet uit eigen beweging over het voorval met het laken verklaard, en heeft zij pas nadat zij hiermee door de verhoorster werd geconfronteerd verklaard: “
Toen ging die aan ons, uh, aan ons zitten. En ging die met de uh, [slachtoffer 1] zegt, ging die met de hoofd bij de plasser van [slachtoffer 1] . Dat ze dat voelde.”.
Bovendien heeft [slachtoffer 2] ook nog verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte op zijn knieën zat en dat hij de kleren van [slachtoffer 1] bijna uit had gedaan en dat zij haar korte broekje uit had/uit moest doen, terwijl [slachtoffer 1] over dit gestelde voorval niets heeft verklaard.
De verklaring van [slachtoffer 2] over wat haar is overkomen wordt evenmin ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] heeft in eerste instantie verklaard dat het niet met haar is gebeurd en pas nadat zij hierop werd doorgevraagd heeft zij verklaard dat verdachte hen optilde en dat hij toen zijn hand bij haar plasser deed, maar hierbij heeft [slachtoffer 2] verklaard dat [slachtoffer 1] hier niet bij was omdat [slachtoffer 1] toen patat in het cafetaria ging halen. Bovendien blijft het verhaal van [slachtoffer 2] over het optillen en of haar broekje daarbij naar beneden was vaag.
Ook de verklaring van [slachtoffer 1] over het elastiekje dat verdachte om zijn penis zou hebben gedaan wordt niet ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] , aangezien [slachtoffer 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] niet bij dit voorval was en zij dit voorval aan [slachtoffer 2] heeft verteld.
De verklaring van [getuige] biedt evenmin steunbewijs. Zij verklaart nauwelijks uit eigen wetenschap. Wel heeft zij verklaard dat verdachte tijdens het stoeien dingen aanraakte, maar zij heeft verklaard dat zij dit toentertijd niet verkeerd opvatte en dat zij het nooit zo had gezien dat verdachte het verkeerd bedoelde. Bovendien heeft [getuige] bij de rechter-commissaris verklaard dat zich niet kan herinneren dat zij ooit heeft gezien dat verdachte [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op een ontuchtelijke manier heeft betast.