ECLI:NL:RBOVE:2022:1066
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen korting op bezoldiging tijdens vakantieverlof bij arbeidsongeschiktheid ambtenaar
Eiser maakte bezwaar tegen de hoogte van zijn bezoldiging gedurende vakantieverlof van 25 juli tot 17 augustus 2017, omdat slechts 70% van zijn loon werd betaald over uren dat hij arbeidsongeschikt was. De staatssecretaris verklaarde dit bezwaar ongegrond. Na beroep stelde de rechtbank een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 7, lid 1, van Richtlijn 2003/88/EG.
Het Hof van Justitie oordeelde dat nationale regelingen die korting toepassen op het loon tijdens vakantie bij arbeidsongeschiktheid in strijd zijn met deze richtlijn. Op basis hiervan vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en bepaalde dat eiser recht heeft op 100% bezoldiging over de arbeidsongeschikte uren tijdens vakantie.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tevens tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. Partijen wensten geen nieuwe mondelinge behandeling, waarna de rechtbank het onderzoek sloot. De uitspraak bevestigt het recht op volledige loonbetaling tijdens vakantieverlof, ook bij arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en bepaalt dat eiser recht heeft op volledige bezoldiging over de arbeidsongeschikte uren tijdens vakantieverlof.