Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] een of meermalen met een vuurwapen (Glock), althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in het (boven)been, althans in het lichaam heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 6 november 2021 te Enschede
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] een of meermalen met een vuurwapen (Glock), althans met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in het (boven)been, althans in het lichaam heeft geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
poging tot doodslag.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelde
9.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
poging tot doodslag;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
1 (één) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardedat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
€ 2.050,00(zegge: tweeduizendvijftig euro) (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2021);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.050,00, (zegge: tweeduizendvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 30 dagen kan worden toegepast). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;