Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Hengelo, verweerder,
Procesverloop
- het beroep met zaaknummer AWB 20/1834 gegrond verklaard;
- het besluit van 18 augustus 2020 vernietigd voor zover daarbij het bezwaar tegen de ingangsdatum van de bijstand niet-ontvankelijk is verklaard en voor zover het ziet op de korting van de fictieve inkomsten en de aflossing op de openstaande schuld;
- het bezwaar tegen de ingangsdatum van de bijstand ongegrond verklaard;
- verweerder opgedragen binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak, met inachtneming van die uitspraak, een nieuw besluit te nemen op de bezwaren tegen de korting van de fictieve inkomsten en de aflossing op de openstaande schuld.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarin een nog te betalen bedrag aan proceskosten en griffierecht van € 902,- in mindering is gebracht op de nog openstaande vordering op eiser;
- bepaalt dat het bestreden besluit voor het overige in stand blijft;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-;
- draagt verweerder op het griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden.