ECLI:NL:RBOVE:2022:1458
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen boete wegens niet voldoen inburgeringsplicht te laat ingediend; bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Eiser kreeg op 15 december 2020 een boete van €1.250 opgelegd wegens het niet voldoen aan de inburgeringsplicht, met de verplichting het geleende geld aan DUO terug te betalen. Zowel eiser als zijn toenmalige gemachtigde maakten bezwaar, maar beiden dienden dit na afloop van de wettelijke bezwarentermijn in, waardoor de bezwaren niet-ontvankelijk werden verklaard.
Eiser voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de coronapandemie, de omvang van het dossier en onzorgvuldige besluitvorming. De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit correct aan eiser persoonlijk was toegezonden conform de door hem verstrekte machtigingen, waarbij expliciet was aangegeven dat post niet naar de gemachtigde zou worden gestuurd.
De rechtbank stelde dat eiser voldoende tijd had om contact met zijn gemachtigde te zoeken en dat de coronamaatregelen geen belemmering vormden voor contact via telefoon of e-mail. De minimale termijnoverschrijding en omvang van het dossier rechtvaardigen geen verschoonbaarheid. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.