Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Overijssel
Eiser en gedaagde zijn buren met een geschil over de erfgrens en een geplaatste schutting. Eiser stelt dat hij door verjaring eigenaar is geworden van een strook grond langs de erfgrens en dat de schutting verplaatst moet worden conform een eerder gesloten overeenkomst. Gedaagde betwist dit en wil dat de kadastrale grens wordt aangehouden.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat de erfgrens door het kadaster correct is vastgesteld en dat de schutting volledig op eigen grond van gedaagde staat. De overeenkomst is niet meer bindend vanwege dwaling en onaanvaardbare gevolgen van nakoming. Eiser heeft door onafgebroken bezit van meer dan 20 jaar de grond onder de opsluitbanden en bestrating naast de carport door verjaring verkregen.
De grond onder de voormalige haag is niet door verjaring verkregen omdat het enkele onderhoud niet als bezit geldt. Voor de regenpijpen is een erfdienstbaarheid van afwatering door verjaring ontstaan, waardoor eiser deze mag laten afwateren op het riool op het perceel van gedaagde. De vordering tot verplaatsing van de schutting en regenpijpen wordt afgewezen, evenals de schadevergoeding. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Eiser is eigenaar van de grond onder de oprit door verjaring, de schutting mag blijven staan en er is een erfdienstbaarheid van afwatering verkregen.