Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde sub 3],
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring,
- de incidentele conclusie van antwoord van Shenouda q.q.
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Overijssel vordert een besloten vennootschap (gedaagde sub 3) toestemming om twee andere besloten vennootschappen (gedaagde sub 1 en sub 2) in vrijwaring op te roepen. De vordering wordt niet weersproken en voldoet aan de wettelijke eisen, zodat de rechtbank deze toewijst.
De rechtbank veroordeelt gedaagde sub 3 in de proceskosten van het incident, die nihil worden vastgesteld omdat de wederpartij zich heeft beroepen op het oordeel van de rechtbank. Voor de hoofdzaak wordt bepaald dat deze wordt verwezen naar de rol van 2 maart 2022 voor de conclusie van antwoord.
De rechtbank merkt op dat gedaagde sub 1 en sub 2 tot dan toe niet zijn verschenen, maar dat zij op grond van artikel 142 Rv Pro alsnog kunnen verschijnen zolang er geen eindvonnis is gewezen. Tot slot houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.
Het vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en op 19 januari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot oproeping in vrijwaring toe en houdt verdere beslissing aan tot 2 maart 2022.