Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
gevestigd te Ruinerwold,
- mr. F. Koster, kantonrechter;
- mr. S. Bongers, griffier.
- [eiser 1] en [eiser 2] ;
- De kapelgemeente, vertegenwoordigd door [A] (bestuursvoorzitter) en [B] (bestuurslid).
Rechtbank Overijssel
Deze civiele zaak betreft de vraag of er door verjaring een erfdienstbaarheid van overpad is ontstaan op het perceel van eisers ten behoeve van de kapelgemeente. De steeg tussen de woning van eisers en de kapel wordt al tientallen jaren gebruikt als toegang, ook met voertuigen.
Eisers willen het gebruik van de steeg wijzigen door grond te ruilen of te kopen en een erfafscheiding te plaatsen, zodat auto's niet meer naar de parkeerplaats van de kapel kunnen rijden. De kapelgemeente stelt echter dat zij door verjaring een recht van erfdienstbaarheid heeft verkregen, waardoor zij het erf mag gebruiken.
De kantonrechter stelt vast dat de kapel sinds 1912-1916 bestaat en de woning van eisers sinds 1936. De kapelgemeente heeft voldoende bewijs geleverd dat de steeg al meer dan twintig jaar als weg wordt gebruikt, ook met auto's, en dat dit gebruik niet is betwist. Op grond van artikel 105 Boek Pro 3 en artikel 72 Boek Pro 5 BW, in samenhang met verjaringstermijnen uit Boek 3 BW, is het recht van erfdienstbaarheid ontstaan.
De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat de kapelgemeente door verjaring een erfdienstbaarheid van overpad heeft verkregen en dat eisers dit gebruik moeten dulden. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kantonrechter stelt vast dat door verjaring een erfdienstbaarheid van overpad is ontstaan ten behoeve van de kapel, waardoor eisers het gebruik van de steeg moeten dulden.