Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eisers] , wonende te [woonplaats] , eisers,
het college van gedeputeerde staten van Overijssel, verweerder.
waterschap Vechtstromen, gevestigd te Almelo.
Rechtbank Overijssel
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een vergunning verleend op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) aan het waterschap Vechtstromen voor het project Archem - Eerder hooilanden. Zij verzochten de vergunning in te trekken omdat het aanvraagformulier onjuist zou zijn ingevuld, met name omdat het project onterecht als voortzetting/ wijziging/uitbreiding werd aangeduid terwijl het een nieuw project betreft dat stikstofemissie veroorzaakt.
Verweerder heeft het verzoek tot intrekking afgewezen, stellende dat de vergunning per 1 januari 2020 niet meer vergunningplichtig zou zijn en dat de vermeende onjuistheden geen grond vormen voor intrekking. De rechtbank oordeelt dat de vergunning niet van rechtswege is vervallen en dat de vergunning terecht is verleend voor het nieuwe project. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat de gegevens onjuist of onvolledig waren in die mate dat een andere beslissing zou zijn genomen.
De rechtbank beperkt zich tot de vraag of het intrekkingsverzoek terecht is afgewezen op grond van artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb en laat andere gronden buiten beschouwing. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot intrekking van de Wet natuurbescherming vergunning wordt ongegrond verklaard.