ECLI:NL:RBOVE:2022:179
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot dwangakkoord tegen weigering CJIB in minnelijk schuldregelingstraject
De rechtbank Overijssel behandelde het verzoek van een schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet, nadat het CJIB weigerde in te stemmen met een minnelijk schuldregelingstraject. De totale schuldenlast bedroeg ruim €20.000, waarbij de schuld aan het CJIB slechts €286 bedroeg, circa 1,4% van het totaal. De schuldenaar bood preferente schuldeisers 8,25% en concurrente schuldeisers 4,13% van hun vorderingen ineens aan.
Het CJIB stelde als voorwaarde dat de schuldhulpverlener lid moest zijn van de NVVK of zich aan het convenant moest verbinden, hetgeen de schuldenaar niet had gedaan. De rechtbank oordeelde dat deze weigering niet gebaseerd is op wet of jurisprudentie van de Hoge Raad en dat een Wsnp-bewindvoerder bevoegd is een minnelijk traject te beproeven en een verklaring af te geven.
Gezien het geringe belang van het CJIB, de reeds instemming van schuldeisers die ruim 92% van de schuldenlast vertegenwoordigen, en het feit dat de schuldenaar naar verwachting geen spaarcapaciteit zal verkrijgen, concludeerde de rechtbank dat de weigering misbruik van recht is. Daarom werd het verzoek toegewezen en het CJIB veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord tegen het CJIB wordt toegewezen en het CJIB wordt veroordeeld in de proceskosten.