ECLI:NL:RBOVE:2022:1811
Rechtbank Overijssel
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter verklaart zich onbevoegd in geschil over nakoming en betaling lijfrente
Eiseres vorderde in kort geding nakoming van afspraken met betrekking tot maandelijkse betalingen van € 1.423,75 en betaling van achterstallige lijfrente van € 5.695,00, met een dwangsom bij niet-naleving. Gedaagde stelde primair dat de kantonrechter onbevoegd was en verzocht doorverwijzing naar de civiele voorzieningenrechter.
De kantonrechter oordeelde ambtshalve dat hij niet bevoegd was omdat de vorderingen van onbepaalde waarde zijn en vermoedelijk de grens van € 25.000,- overschrijden, waardoor de kantonrechter in bodemprocedure niet bevoegd zou zijn. De zaak betrof geen aardvordering en viel niet onder de specifieke bevoegdheden van de kantonrechter.
Hoewel partijen vroegen om doorverwijzing, wees de kantonrechter dit af vanwege de procesrechtelijke beperkingen van kort geding en het doelmatigheidsbeginsel. Partijen wordt geadviseerd zelf de civiele voorzieningenrechter te benaderen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van € 498,00. De kantonrechter behandelde de zaak niet inhoudelijk en sprak de onbevoegdheid uit.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst partijen naar de civiele voorzieningenrechter; eiseres wordt veroordeeld in proceskosten.