Op 15 maart 2020 werd een grote hoeveelheid hennep aangetroffen in een bestelauto en op het bedrijfsterrein van de verdachte in Hengelo. Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 50 tot 67,61 kilogram hennep.
Tijdens de terechtzitting op 9 juni 2022 heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd, evenals de verdediging. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte wist van de hennep en dat hij de beschikkingsmacht had over de aangetroffen hennep.
De verdachte had zich tijdens het politieverhoor op zijn zwijgrecht beroepen en een medeverdachte verklaarde dat verdachte niets wist van de hennep. Er waren geen DNA-sporen of vingerafdrukken van verdachte op de hennep gevonden. Hierdoor kon de rechtbank niet anders dan verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde bezit van hennep.