Op 15 maart 2020 werd verdachte aangehouden in Hengelo met ongeveer 50 kilogram hennep in zijn bestelauto. De politie ontdekte de hennep nadat zij de bestelauto observeerden en door de achterruit een tas met henneptoppen zagen liggen. Verdachte gaf toe de hennep bij zich te hebben.
De verdediging voerde aan dat de identiteitsfouillering en doorzoeking onrechtmatig waren, wat zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting. De rechtbank oordeelde echter dat het omlopen van de auto en het door de achterruit kijken niet onrechtmatig was en dat bewijsuitsluiting niet op zijn plaats was.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk 50 kilogram hennep had vervoerd en aanwezig had. Gezien de hoeveelheid en eerdere veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 8 maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht. De strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn werd beperkt toegepast.