ECLI:NL:RBOVE:2022:1836

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
8 juni 2022
Publicatiedatum
27 juni 2022
Zaaknummer
C/08/276086 / FA RK 22-108
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:24 BWArt. 1:19e lid 7 BWArt. 263 RvWet op de identificatieplicht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot wijziging van onjuiste oudergegevens in geboorteakte

De vrouw verzocht de rechtbank om wijziging van de oudergegevens in haar geboorteakte, omdat haar ouders destijds volgens haar bewust onjuiste persoonsgegevens aan de autoriteiten hadden verstrekt. Zij ondervond administratieve en juridische problemen door deze onjuiste registratie en wilde haar geslachtsnaam laten wijzigen.

De rechtbank nam kennis van het verzoek, de verweren van de ambtenaar van de burgerlijke stand (ABS) en de overgelegde stukken, waaronder kopieën van Chinese documenten en een verwantschapsonderzoek. Tijdens de mondelinge behandeling was de vrouw verhinderd, maar haar advocaat en de ABS verschenen.

De rechtbank oordeelde dat de geboorteakte in beginsel juist is en dat er geen sprake is van een misslag bij het opmaken ervan. De ABS had de identiteit van de ouders vastgesteld aan de hand van legitimatie en registratiekaarten. De overgelegde kopieën waren onvoldoende om de authenticiteit te verifiëren en de identiteit van de ouders te wijzigen.

Daarom stelde de rechtbank dat aan de hoge bewijseisen voor wijziging niet was voldaan en wees het verzoek af. De beslissing werd op 8 juni 2022 in Almelo uitgesproken door mr. M.H. van der Lecq.

Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de geboorteakte is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onjuiste oudergegevens.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

locatie Almelo
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/276086 / FA RK 22-108
beschikking van 8 juni 2022
inzake
[verzoekster],
verder te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A. Wijffelman te Amsterdam,
verzoekster,
Als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo,
zetelend te Almelo,
hierna als ABS aangeduid.

1.Het procesverloop

1.1.
De rechtbank heeft kennis genomen van:
- het verzoek van de vrouw met bijlagen, binnengekomen op 13 januari 2022;
- een brief van de ABS van 11 april 2022, binnengekomen op 13 april 2022;
- een brief van de vrouw met bijlagen van 21 april 2022, op dezelfde dag binnengekomen ter griffie.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 april 2022. Verschenen en gehoord zijn:
  • de advocaat van de vrouw;
  • [X] en [Z] , beiden ABS te Almelo.
De vrouw is met bericht van verhindering niet verschenen.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
In de akte van geboorte van de gemeente Almelo van het jaar 1995, [aktenummer] , staat vermeld dat op [geboortedatum] 1995 in de gemeente Almelo is geboren het kind van het vrouwelijk geslacht met de naam:
[A], dochter van [B] .
2.2.
Van deze geboorte is op 27 februari 2022 aangifte gedaan door [C] . Aan de geboorteakte is een latere vermelding betreffende erkenning toegevoegd, waaruit blijkt dat de vrouw op 27 februari 2022 is erkend door [C] , waarbij is gekozen voor de geslachtsnaam
[D]voor het kind.

3.Het verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo te gelasten de geboorteakte van het jaar 1995 onder [aktenummer] , alsmede de latere vermelding betreffende erkenning te wijzigen, aangezien in deze akte en de latere vermelding onjuiste gegevens van de ouders van de vrouw staan vermeld. Wijziging van deze gegevens zal er tevens toe leiden dat de geslachtsnaam van de vrouw zal wijzigen van [D] naar [E] .

4.Het verzoek van de vrouw en het standpunt van belanghebbenden

4.1.
De vrouw heeft, ter onderbouwing van haar verzoek het volgende aangevoerd. De ouders van de vrouw zijn in 1993 naar Nederland gekomen en hebben destijds onjuiste persoonsgegevens verstrekt. Zij zijn met deze onjuiste persoonsgegevens geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie (hierna: GBA). Deze onjuiste persoonsgegevens zijn overgenomen op de geboorteakte van de vrouw. De ouders van de vrouw zijn nooit in het bezit geweest van een Nederlandse verblijfsvergunning. De ouders van de vrouw zijn, met terugkeerondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in 2006, respectievelijk 2007, teruggekeerd naar China. Ook de vrouw is in 2007 naar China vertrokken, maar in 2016 terug naar Nederland gekomen voor studie. Zij is thans in het bezit van een verblijfsvergunning. Bij haar terugkeer werd de vrouw geconfronteerd met de onjuist geregistreerde persoonsgegevens van haar ouders. De vrouw wil de oudergegevens in haar geboorteakte gecorrigeerd hebben, enerzijds vanwege administratieve en juridische problemen die zij ondervindt, anderzijds omdat de vrouw gevoelsmatig geen ‘solid identity’ ervaart nu zij in Nederland is geboren maar haar gegevens niet correct zijn geregistreerd. De vrouw heeft diverse stukken overgelegd waaruit volgens haar de juiste persoonsgegevens van haar ouders blijken, waaronder gegevens van IOM, de resultaten van een door Verilabs uitgevoerd verwantschapsonderzoek, kopieën van Chinese paspoorten en kopieën van het Chinese Household register (‘hukou’).
4.2.
De ambtenaar van de burgerlijke stand voert verweer en stelt dat op basis van de overgelegde documenten niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat de ouders die in de geboorteakte zijn vermeld dezelfde personen zijn als waarvan nu kopieën van Chinese documenten worden verstrekt. Indien de ouders in de Basisregistratie Personen (hierna: BRP) zouden staan ingeschreven, zouden zij eerst identiteitsherstel moeten aanvragen, waarna een deugdelijk onderzoek zou moeten plaatsvinden. Het verwantschapsonderzoek zegt onvoldoende om op basis hiervan tot aanpassing van de identiteit over te gaan.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge artikel 263 Rv Pro is in zaken die uitsluitend betreffen de aanvulling van de
registers van de burgerlijke stand of de inschrijving, doorhaling of wijziging van de daarin in te schrijven of ingeschreven akten de rechter bevoegd binnen wiens rechtsgebied de akte is of moet worden ingeschreven. De geboorteakte, waarvan verbetering wordt verzocht, betreft een akte van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo, welke gemeente binnen het rechtsgebied van deze rechtbank gelegen is, zodat deze rechtbank bevoegd is van het verzoek kennis te nemen.
5.2.
Nu het verzoek strekt tot verbetering van de in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand opgenomen akten, zal Nederlands recht worden toegepast.
Verbetering geboorteakte
5.3.
Op grond van artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie de aanvulling gelasten van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling gelasten van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering gelasten van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat.
5.4.
Van een onvolledige geboorteakte is geen sprake, nu deze akte de gegevens van de moeder bevat en de latere vermelding de gegevens van de erkenner bevat. Indien de gegevens van de moeder of de erkenner destijds onjuist zijn vermeld, zou sprake kunnen zijn van een misslag. De vraag die ter beantwoording voorligt, is derhalve of destijds ten onrechte [B] als moeder is vermeld en [C] als erkenner en zo ja, of in plaats daarvan zoals verzocht [F] als moeder en [E] als erkenner hadden moeten worden vermeld.
5.5.
De rechtbank overweegt dat het belang van de vrouw ermee is gediend dat in haar geboorteakte de juiste gegevens van haar moeder en erkenner zijn vermeld. Het betreft hier immers gegevens met betrekking tot haar afkomst. In beginsel dient van de juistheid van de geboorteakte te worden uitgegaan. Op grond van artikel 1:19e lid 7 BW dient de ambtenaar van de burgerlijke stand de identiteit van de aangever vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht. De ouders van de vrouw waren op het moment van de geboorteaangifte niet als ingezetene ingeschreven in de GBA, zodat vaststelling van hun persoonsgegevens aan de hand van destijds beschikbare legitimatie zal hebben plaatsgevonden. De rechtbank gaat ervan uit dat de ambtenaar de identiteit op de juiste wijze heeft kunnen vaststellen. Inschrijving in de GBA heeft plaatsgevonden op 27 september 1995 (erkenner) en 28 september 1995 (moeder), waarbij als brondocument voor de persoonsgegevens is opgenomen ‘regkrtMvJ’ (erkenner) en ‘idbewMvJ/regkrtMvJ’ (moeder), hetgeen de rechtbank begrijpt als ‘registratiekaart Ministerie van Justitie’ en ‘identiteitsbewijs Ministerie van Justitie’. De ABS heeft tijdens de mondelinge behandeling nog verklaard dat in deze situaties de gegevens van het eerste en nader gehoor bij de IND worden opgevraagd om de persoonsgegevens van betrokkenen vast te stellen.
5.6.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank voorshands van oordeel dat er geen sprake is geweest van een misslag bij het opmaken van de geboorteakte van de vrouw. Voor zover er redenen zijn om de geboorteakte op grond van artikel 1:24 BW Pro te wijzigen, zoals door de vrouw wordt verzocht, dienen zeer hoge eisen te worden gesteld aan het bewijs dat bij het opmaken van de geboorteakte sprake is geweest van een misslag.
5.7.
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw onvoldoende heeft gesteld om vast te kunnen stellen dat [B] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965 (moeder) dezelfde persoon is als [F] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957 en dat [C] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976 (erkenner) dezelfde persoon is als [E] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967. Het feit dat de ouders van de vrouw destijds volgens de stelling van de vrouw welbewust onjuiste persoonsgegevens hebben verstrekt aan de autoriteiten, in combinatie met het gegeven dat thans slechts kopieën van documenten zijn overgelegd, waarvan de authenticiteit niet kan worden onderzocht, maken dat aan deze overgelegde stukken niet de conclusie kan worden verbonden dat de in de geboorteakte van de vrouw opgenomen gegevens onjuist zijn en tot wijziging van deze gegevens overgegaan dient te worden. Een en ander leidt tot de conclusie dat het verzoek moet worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van
J.H.A.L. Koelen-Goosink als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2022.
[.]
.