ECLI:NL:RBOVE:2022:1955
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van griffierecht en niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen stafjuristmededelingen
Eiser diende een tuchtklacht in tegen een advocaat en werd door de stafjurist van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant geïnformeerd dat de klacht alleen aan de raad van discipline wordt voorgelegd na betaling van griffierecht. Eiser verzocht om vrijstelling van betaling wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek werd niet ingewilligd en niet doorgeleid naar de raad van discipline.
De rechtbank beoordeelde eerst het verzoek van eiser om vrijstelling van griffierecht voor de rechtbank zelf en kende deze vrijstelling toe op grond van zijn geringe inkomen. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de mededelingen van de stafjurist geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht vormen, omdat deze mededelingen geen rechtsgevolgen hebben en slechts informatief zijn.
Daarom was het bezwaar tegen deze mededelingen niet-ontvankelijk en werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter A.J.G.M. van Montfort en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de mededelingen van de stafjurist geen besluit zijn en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.