ECLI:NL:RBOVE:2022:1956
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vrijstelling griffierecht en doorgeleiding klacht naar raad van discipline
Eiser diende een tuchtklacht in tegen een advocaat en verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht van €50,- wegens betalingsonmacht. Verweerder, de deken van de Orde van Advocaten Zeeland-West-Brabant, verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot doorgeleiding van het vrijstellingsverzoek naar de raad van discipline af. Eiser maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de brief van verweerder geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevatte omdat verweerder niet bevoegd was om te beslissen over vrijstelling van een recht dat niet aan hem toekomt, noch om het verzoek door te geleiden naar de raad van discipline. Hierdoor had verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren in plaats van ongegrond.
Verder werd vastgesteld dat de beslissing van de deken om geen ambtshalve klacht in te dienen geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het beroep toe. Eiser werd vrijgesteld van het griffierecht aan de rechtbank vanwege betalingsonmacht, maar er was geen grond voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.