ECLI:NL:RBOVE:2022:1958
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen dekenstandpunt wegens ontbreken besluit in zin van Awb
Eiser diende een tuchtklacht in tegen een advocaat en ontving daarop een dekenstandpunt waarin werd geoordeeld dat de klacht ongegrond was. Eiser maakte bezwaar tegen dit standpunt, stellende dat de klacht te vroeg was afgehandeld en dat hij hierdoor onterecht twee keer griffierecht moest betalen. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het dekenstandpunt geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.
De rechtbank behandelde eerst het verzoek van eiser om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht en besloot dit toe te kennen op basis van de door eiser overgelegde financiële gegevens. Vervolgens oordeelde de rechtbank inhoudelijk dat het dekenstandpunt geen publiekrechtelijke rechtshandeling is die rechtsgevolgen met zich meebrengt, en daarom geen besluit in de zin van de Awb vormt. Hierdoor is bezwaar tegen het dekenstandpunt niet mogelijk en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank liet het bezwaar over de vermeende te vroege afhandeling van de klacht buiten beschouwing omdat ook de wijze van afhandeling niet vatbaar is voor bezwaar en beroep. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het dekenstandpunt geen besluit in de zin van de Awb is; eiser wordt vrijgesteld van griffierecht.