ECLI:NL:RBOVE:2022:2014
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: onterecht niet-uitbetalen WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek naar verwijtbaarheid werkloosheid
Eiser, die een Wajong-uitkering ontvangt, was via een uitzendbureau werkzaam bij een werkgever en werd vanaf 9 november 2020 werkloos. Hij vroeg een WW-uitkering aan, maar verweerder weigerde deze uit te betalen omdat eiser volgens verweerder verwijtbaar werkloos was, omdat hij zelf ontslag had genomen. Eiser betwist dit en stelt dat de dienstbetrekking op initiatief van de werkgever is geëindigd en dat zijn psychische gesteldheid een rol speelde.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs van eiser kon worden gevergd en of de beëindiging binnen drie maanden op een niet-verwijtbare wijze had kunnen plaatsvinden. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de psychische problemen van eiser, die aanleiding hadden moeten zijn voor nader onderzoek.
Gelet hierop is het beroep gegrond verklaard en is het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om de WW-uitkering niet uit te betalen wordt vernietigd.