ECLI:NL:RBOVE:2022:2017
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging vordering wegens meerinkomen studiefinanciering 2017 afgewezen
Eiser volgde een HBO-opleiding en ontving studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000. In 2017 had hij inkomsten uit eigen bedrijf en een dienstverband, waardoor zijn toetsingsinkomen hoger was dan de bijverdiengrens. De Minister legde een vordering van €4.961,46 op wegens meerinkomen.
Eiser stelde dat hij formeel pas in 2018 was afgestudeerd door omstandigheden buiten zijn schuld, en dat zijn studiefinanciering in september 2017 was stopgezet, waardoor de inkomsten daarna niet mee mochten tellen. De rechtbank oordeelde dat studiefinanciering meer omvat dan alleen de prestatiebeurs; eiser had ook een studentenreisproduct en een lening van €0,- die hij had kunnen stopzetten maar niet deed.
De rechtbank vond dat eiser zich bewust had moeten zijn van het stopzetten van het reisproduct en de lening, mede gezien de duidelijke informatie van DUO. Het beroep op de hardheidsclausule werd verworpen omdat geen bijzondere omstandigheden waren die het onmogelijk maakten om de bijverdiensten te staken of het studiefinancieringstijdvak in te korten.
Daarom bleef het besluit van de Minister tot terugvordering van het bedrag in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van €4.961,46 wegens meerinkomen 2017 wordt ongegrond verklaard.