ECLI:NL:RBOVE:2022:2153
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €116.790,81 op grond van artikel 36e Sr. De vordering werd behandeld op 2 mei 2022, waarbij verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, aanwezig was. De raadsman stelde primair dat de ontnemingsvordering moest worden afgewezen vanwege de gevraagde vrijspraak in de onderliggende strafzaak. Subsidiair werd een lager bedrag van €29.334,00 als maximaal voordeel aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat nu verdachte bij vonnis van 16 mei 2022 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Dit betekent dat de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen omdat de strafrechtelijke grondslag ontbreekt.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Overijssel te Almelo, waarbij de voorzitter en twee rechters het vonnis in het openbaar uitspraken. De griffier was eveneens aanwezig. De beslissing sluit aan bij het beginsel dat ontneming alleen mogelijk is bij een veroordeling of een voldoende strafrechtelijke grondslag.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte.