Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
22-621.
2.Het wrakingsverzoek
3.Het standpunt van mr. Koene
4.De beoordeling
mr. Koene evenmin.
5.De beslissing
3 augustus 2022.
Rechtbank Overijssel
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. A. Koene, voorzieningenrechter in een spoedprocedure, omdat zij vreesden dat hun belangen niet onpartijdig zouden worden behartigd. Zij stelden dat het spoedeisend belang onvoldoende was afgewogen, processtukken ten onrechte waren toegelaten, een uitstelverzoek onterecht werd afgewezen en dat er mogelijk een belangenverstrengeling bestond vanwege nevenfuncties van mr. Koene.
Mr. Koene heeft deze beschuldigingen weersproken en toegelicht dat de procedure een spoed-kort-geding betrof waarbij verkorting van de dagvaardingstermijn en het niet honoreren van uitstelverzoeken procesbeslissingen waren die niet duiden op partijdigheid. De wrakingskamer heeft deze procesbeslissingen als begrijpelijk beoordeeld en geen aanwijzingen gevonden voor vooringenomenheid.
Ook de vermeende belangenverstrengeling werd niet aannemelijk gemaakt. De wrakingskamer concludeerde dat verzoekers geen concrete feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen.
De wrakingskamer heeft het verzoek daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. A. Koene is ongegrond verklaard wegens ontbreken van concrete aanwijzingen voor partijdigheid.