Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende in [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geding in beroep
4.De beoordeling
K 1875 is bovendien op 1 januari 2017 veranderd. Dit levert strijd op met artikel 35 lid 2 Wilg Pro, aldus [verzoeker] .
Rechtbank Overijssel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de uitvoeringscommissie tot vaststelling van het ruilplan Blokzijl-Vollenhove. Hij stelde dat de zienswijze die hij had ingediend ten onrechte grotendeels niet-ontvankelijk was verklaard en dat het ruilplan niet rechtsgeldig zou zijn vanwege ontbrekende en veranderde gegevens, in strijd met artikel 35 lid 2 van Pro de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg).
De rechtbank onderscheidt het ruilplan van het inrichtingsplan en stelt vast dat alleen tegen het ruilplan beroep openstaat. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het inrichtingsplan niet ontvankelijk is. De uitvoeringscommissie erkent dat zij niet op alle bezwaren over artikel 35 lid 2 Wilg Pro is ingegaan, waardoor het beroep op dat punt gegrond is. De rechtbank verbindt echter geen rechtsgevolgen aan deze gegrondverklaring omdat de kwestie beter bij andere instanties thuishoort.
Verder oordeelt de rechtbank dat verzoeker niet concreet heeft gemaakt hoe het ruilplan gewijzigd zou moeten worden, waardoor de overige bezwaren niet ontvankelijk zijn. Ook de stelling dat leden van de uitvoeringscommissie niet onafhankelijk zijn, wordt verworpen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard wegens niet-behandeling zienswijze artikel 35 lid 2 Wilg, zonder rechtsgevolgen voor het ruilplan; het overige beroep is ongegrond.