ECLI:NL:RBOVE:2022:2363
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vorderingen tot ontruiming en huurbetaling na einde tijdelijk huurcontract
De zaak betreft een verzetprocedure in kort geding over de ontruiming van een huurwoning en betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding. Verhuurders hadden een tijdelijk huurcontract gesloten dat rechtsgeldig eindigde op 1 augustus 2022. De huurders betwistten de ontvangst van de beëindigingsbrief, maar de kantonrechter stelde vast dat de brief rechtsgeldig was aangeboden en ontvangen.
De huurders verbleven na deze datum zonder recht in de woning. Hoewel zij een groot belang hadden bij voortzetting van het gebruik wegens het zoeken naar vervangende woonruimte, kon dit belang niet opwegen tegen het belang van verhuurders die de woning wilden verbouwen met een strakke planning. De ontruimingstermijn uit het verstekvonnis bleef daarom van kracht.
De huurders voerden geen verweer tegen de vordering tot betaling van de achterstallige huur en stemden in met de gevorderde gebruiksvergoeding voor de periode na het einde van het huurcontract. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het spoedeisende belang van verhuurders. De huurders werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming, betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding zijn toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.