Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[X], v.h.o.d.n.
[Y],
Rechtbank Overijssel
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor restauratiewerkzaamheden aan een Porsche, waarbij op regiebasis werd gefactureerd zonder vaste aanneemsom. De opdrachtgever beëindigde de werkzaamheden voortijdig en haalde de auto op, waarna een geschil ontstond over de vergoeding van de niet-genoten winst.
De kantonrechter oordeelde dat de opdrachtgever bevoegd was de overeenkomst op te zeggen, maar dat de aannemer recht heeft op de winst die hij zou hebben gemaakt als het gehele werk was uitgevoerd, conform artikel 7:764 BW Pro. De omvang van de niet-genoten winst werd beperkt tot de eerste fase van het project, omdat het project uit drie fasen bestond en de opdrachtgever slechts akkoord hoefde te geven per fase.
De aannemer moest de winstmarge nader onderbouwen, waarna de opdrachtgever mocht reageren. Daarnaast vorderde de opdrachtgever in reconventie schadevergoeding voor niet-teruggegeven Porsche-onderdelen, waaronder spatborden. De kantonrechter kende vergoeding toe voor de spatborden, vastgesteld op € 1.200,00, maar wees de overige schadevordering af wegens onvoldoende onderbouwing en te late klacht.
De beslissing over incassokosten en proceskosten werd aangehouden tot het eindvonnis.
Uitkomst: De aannemer heeft recht op vergoeding van niet-genoten winst over de eerste fase van het project, mits nader onderbouwd, en de opdrachtgever moet schadevergoeding betalen voor niet-teruggegeven spatborden.