Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1 en feit 4:samen met anderen of alleen zogenoemde ‘vervoersbewijzen dierlijke meststoffen’ (VDM’s) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken dan wel samen met anderen of alleen opdracht heeft gegeven tot en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan het valselijk opmaken en/of vervalsen en/of valselijk doen opmaken van VDM’s;
feit 2 en feit 5:samen met anderen of alleen opzettelijk van die valselijk opgemaakte en/of vervalste VDM’s gebruik heeft gemaakt en/of gebruik heeft doen maken, dan wel samen met anderen of alleen opdracht heeft gegeven tot en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan het gebruik maken en/of gebruik doen maken van die valselijk opgemaakte en/of vervalste VDM’s;
feit 3:zich samen met anderen of alleen, al dan niet opzettelijk, heeft ontdaan van bedrijfsafvalstoffen, te weten uienwater en/of proceswater, door afgifte aan [bedrijf 1] , dan wel samen met anderen of alleen opdracht heeft gegeven tot en/of feitelijke leiding heeft gegeven aan deze afgifte van bedrijfsafvalstoffen.
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de (verboden) gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon.
- het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon;
- de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon;
- de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf;
- de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede is begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op het voorkomen van de gedraging.
Toerekening aan de rechtspersoonvolgt dat sprake was van een vooropgezet plan van verdachte, [medeverdachte 2] en [maatschap] om fictieve boer-boer transporten/losplaatsen op te tuigen. Daarmee is tevens het opzet van verdachte op het feitelijke leidinggeven aan de verboden gedraging gegeven.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
onder 1 primair, onder 2 primair, onder 3 primair, onder 4 primair en subsidiair, en onder 5 primair en subsidiairten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
onder 1 subsidiair, onder 2 subsidiair en onder 3 subsidiairten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
90 (negentig) dagen;