De vader en moeder zijn in Tanzania gehuwd en hebben een minderjarige zoon met dubbele nationaliteit. Na hun echtscheiding is het kind bij de moeder in Tanzania gaan wonen. De moeder reisde zonder toestemming van de vader met het kind naar Tanzania, waarna de vader het kind zonder toestemming van de moeder naar Kenia en vervolgens Nederland bracht.
De vader verzocht de rechtbank om voorlopige toevertrouwing van het kind aan hem toe te wijzen en de moeder te veroordelen tot afgifte van het paspoort. De moeder verbleef nog steeds in Tanzania met het kind zonder toestemming van de vader.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat het belang van het kind bij een verzorgende ouder in Nederland ligt. De moeder had de afspraken uit het ouderschapsplan geschonden door zonder toestemming te reizen. Daarom werd de toevertrouwing aan de vader toegewezen en werd de moeder veroordeeld het paspoort binnen 14 dagen af te geven, onder dwangsom. De proceskosten werden gecompenseerd.