ECLI:NL:RBOVE:2022:2419

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
23 augustus 2022
Publicatiedatum
24 augustus 2022
Zaaknummer
9819855 \ CV EXPL 22-1490
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230x lid 1 BWArt. 77 lid 1 onder o BGfoArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenrechtelijke vordering met vermindering wegens schending informatieplichten

In deze civiele zaak vordert ALEKTUM B.V. betaling van een hoofdsom van €201,60 van gedaagde. De kantonrechter heeft ambtshalve getoetst of aan de (pre)contractuele informatieplichten was voldaan. Uit het tussenvonnis bleek dat eisende partij niet volledig aan deze plichten had voldaan, wat leidt tot een vermindering van de hoofdsom met 25%.

Eisende partij heeft zich bij akte gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter en de vermindering geaccepteerd. De wettelijke rente wordt toegewezen over het verminderde bedrag vanaf de dagvaarding, maar een eerdere renteberekening wordt afgewezen wegens onvolledigheid. Daarnaast is het bedrag voor buitengerechtelijke incassokosten van €40,00 toegewezen, conform het Besluit tarieven.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van in totaal €191,20 plus wettelijke rente over €151,20 vanaf 29 maart 2022. Tevens wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten, begroot op €272,22. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €191,20 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 9819855 \ CV EXPL 22-1490
Vonnis van 23 augustus 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap
ALEKTUM B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 juli 2022
- de akte van eisende partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis heeft de kantonrechter eisende partij in de gelegenheid zich uit te laten over de voorgenomen sanctionering, te weten: de vermindering van de hoofdsom met 25% in verband met de schending van de (pre)contractuele informatieplichten als bedoeld in artikel 6:230x lid 1 BW en 77 lid 1 onder o BGfo.
2.2.
Eisende partij heeft bij akte aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter.
2.3.
De kantonrechter blijft bij haar oordeel dat eisende partij niet (geheel) heeft voldaan aan haar wettelijke informatieplichten. De hoofdsom zal dan ook worden verminderd met 25%, zodat een bedrag van € 151,20 (€ 201,60 - € 50,40) zal worden toegewezen.
2.4.
De gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen, nu deze is berekend over een te hoge hoofdsom, eisende partij geen renteberekening heeft overgelegd en het niet aan de kantonrechter is om een renteberekening te maken. De verdere wettelijke rente zal worden toegewezen over € 151,20 vanaf de datum van de dagvaarding, 29 maart 2022.
2.5.
Eisende partij heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Voorts komt het gevorderde bedrag ad € 40,00 overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
2.6.
Gedaagde partij zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 107,22
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde €
37,00(1 punt x tarief € 37,00)
Totaal € 272,22.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij aan eisende partij een bedrag te betalen van € 191,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 151,20 vanaf
29 maart 2022 tot de voldoening;
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van eisende partij begroot op € 272,22;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2022. (HRP)