Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
STICHTING TRAJECTUM,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,
Rechtbank Overijssel
De werknemer was sinds 2018 als Slaapwacht werkzaam bij Trajectum. In 2020 besloot Trajectum de functie Slaapwacht te laten vervallen en de taken onder te brengen bij de Nachtwacht. In november 2021 vroeg Trajectum ontslag aan bij het UWV op bedrijfseconomische gronden, waarna het UWV op 24 februari 2022 toestemming gaf voor ontslag. De arbeidsovereenkomst werd per 1 april 2022 beëindigd.
De werknemer betwistte de ontslagvergunning en stelde dat de wederindiensttredingsvoorwaarde was geschonden omdat Trajectum binnen 26 weken na ontslag een vacature voor Slaapwacht opende zonder deze aan hem aan te bieden. De kantonrechter oordeelde dat de bedrijfseconomische noodzaak voor het vervallen van de functie was aangetoond en dat de ontslagprocedure correct was gevolgd. Herplaatsing was niet mogelijk omdat de werknemer niet geschikt was voor andere functies.
De kantonrechter wees het primaire verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst af. Wel werd vastgesteld dat Trajectum de wederindiensttredingsvoorwaarde had geschonden door de vacature niet aan de werknemer aan te bieden, ondanks de afstand en lagere arbeidsomvang. Daarom werd een billijke vergoeding van €6.000 toegekend, vermeerderd met wettelijke rente. Trajectum werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op bedrijfseconomische gronden blijft in stand, maar werknemer ontvangt een billijke vergoeding wegens schending wederindiensttredingsvoorwaarde.