Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
22 maart 2022.
Rechtbank Overijssel
Eiser, voormalig manager klantenservice, vroeg herbeoordeling van zijn WIA-uitkering wegens toegenomen psychische klachten. Verweerder wijzigde de mate van arbeidsongeschiktheid van 60,87% naar 75,30%, wat leidde tot een aangepaste WGA-vervolguitkering. Eiser stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name omdat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met het gebruik en de contra-indicaties van ADHD-medicatie in combinatie met zijn ischemische hartziekte.
De rechtbank constateerde dat de medicatie voor ADHD niet verenigbaar is met de hartmedicatie en dat eiser slechts beperkt en gecontroleerd ADHD-medicatie mag gebruiken, wat zijn belastbaarheid aanzienlijk beïnvloedt. De verzekeringsarts maakte onvoldoende duidelijk in hoeverre dit medicatiegebruik was meegewogen in zijn beoordeling. Ook was onduidelijk of de verzekeringsarts op de hoogte was van het feit dat eiser tijdens de hoorzitting ADHD-medicatie gebruikte, wat de waarde van diens bevindingen ondermijnt.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Het beroep is daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens onzorgvuldig onderzoek en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.