Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De beslissing samengevat
3.De beoordeling
€ 498,00
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van de door gedaagde gehuurde woning vanwege een huurachterstand en het zonder toestemming onderverhuren van de woning. Tevens vordert eiser betaling van achterstallige huur, huur tot aan ontruiming en een voorschot op schadevergoeding.
Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde sinds oktober 2020 huurt en een huurachterstand heeft opgebouwd van april tot en met augustus 2022, met een totaal van €3.950,00, en ook de huur van september 2022 niet heeft voldaan. Daarnaast is vastgesteld dat gedaagde zonder toestemming de woning heeft onderverhuurd.
De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen tot ontruiming en betaling van achterstallige huur gegrond zijn en toewijst. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen. De vordering tot voorschot op schadevergoeding wegens onderverhuur wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. Ook de incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een juiste aanmaning. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden ook tegen andere aanwezigen in de woning worden uitgevoerd.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming woning en betaling achterstallige huur toegewezen, voorschot op schadevergoeding afgewezen.