Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
STICHTING MIJANDE WONEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,
wonende te [woonplaats] ,
1.De beslissing in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
498,00
Rechtbank Overijssel
Mijande Wonen had een kort geding aangespannen tot ontruiming van een woning die zij verhuurde onder de Leegstandswet, nadat de huurovereenkomst was opgezegd per 30 april 2022. De huurder verbleef na die datum zonder recht of titel in de woning, terwijl hij stelde tot 1 augustus 2022 te mogen blijven.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de huurder aan uiterlijk 1 augustus 2022 te zullen vertrekken. Na de zitting informeerde Mijande Wonen de rechtbank dat de huurder de woning inmiddels had verlaten, waarna de ontruimingsvordering werd ingetrokken. De voorzieningenrechter oordeelde dat Mijande Wonen een spoedeisend belang had bij de ontruimingsvordering, omdat niet zeker was dat de huurder daadwerkelijk op tijd zou vertrekken.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de huurder zonder recht of titel in de woning verbleef na 30 april 2022 en dat de procedure door de huurder voorkomen had kunnen worden door tijdig te vertrekken. De kwestie of er sprake was van een hennepkwekerij werd niet meer inhoudelijk beoordeeld. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten aan Mijande Wonen.
Uitkomst: De ontruimingsvordering werd ingetrokken na vertrek huurder; huurder veroordeeld in proceskosten.