Gedaagde huurt sinds december 2020 een woning van De Woonplaats en heeft een huurachterstand van ongeveer twaalf maanden opgebouwd, met een totaalbedrag van €8.107,30. Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning, betaling van de achterstallige en toekomstige huurpenningen, schadevergoeding voor het gebruik van de woning na ontbinding en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde erkent de huurachterstand maar betwist dat deze de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Hij voert persoonlijke omstandigheden aan, waaronder budgetbeheer, een bedrijfsongeval en problematisch alcoholgebruik, en stelt dat zijn woonbelang moet prevaleren. De kantonrechter oordeelt echter dat de omvang van de achterstand en de omstandigheden onvoldoende zijn om ontbinding en ontruiming te voorkomen.
Het beroep op de terme de grâce wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat gedaagde de achterstand op korte termijn kan voldoen. De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten en schadevergoeding voor het gebruik van de woning na ontbinding. De ontruiming dient binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te geschieden, maar partijen zijn overeengekomen dat ontruiming niet wordt geëxecuteerd indien gedaagde aan bepaalde voorwaarden voldoet.
Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.