Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair),dan wel dat hij heeft geprobeerd om een hoeveelheid vlees, toebehorende aan [bedrijf 4] , te verduisteren (
subsidiair);
(primair),dan wel dat hij een hoeveelheid vlees (ter waarde van € 570,39) heeft verduisterd
(subsidiair);
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
diefstal door twee of meer verenigde personen;
witwassen;
oplichting;
poging tot oplichting;
medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die het gezag desbevoegd over hem uitoefent.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vordering tenuitvoerlegging 08-139432-20
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
diefstal door twee of meer verenigde personen;
witwassen;
oplichting;
poging tot oplichting;
medeplegen van opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die het gezag desbevoegd over hem uitoefent;
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 577,50, (zegge: vijfhonderdzevenenzeventig euro en vijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 11 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.251,85, (zegge: twaalfhonderdeenenvijftig euro en vijfentachtig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 22 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 595,35, (zegge: vijfhonderdvijfennegentig euro en vijfendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 11 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 574,75, (zegge: vijfhonderdvierenzeventig euro en vijfenzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 maart 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 11 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de rechtbank Overijssel van 14 september 2020 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
5 (vijf) maanden.