Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7°;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De beslissing
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, onderdeel 7°;feit 4
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
geen straf of maatregelwordt opgelegd.