Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.MR. P.F. SCHEPEL Q.Q., wonende en kantoorhoudende te [woonplaats] ,
P. MIEDEMA RA Q.Q., wonende te [woonplaats] ,
[A] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Holding Silest heeft een vordering van €70.500.000,00 ter verificatie ingediend in het faillissement van [A] B.V., de voormalige topholding van de Eurocommerce groep. De curatoren betwistten deze vordering en stelden dat deze onvoldoende was onderbouwd en onbegrijpelijk.
De rechtbank oordeelde dat Holding Silest ontvankelijk was, ondanks eerdere twijfels over rechtsgeldige vertegenwoordiging en het niet verschijnen op een zitting, omdat zij tijdig een advocaat had gesteld en een akte tot verificatie had ingediend. De inhoudelijke beoordeling leidde tot afwijzing van de vordering, omdat Holding Silest geen duidelijke onderbouwing gaf voor haar aanspraak, met name onvoldoende toelichting op de brief van de Rabobank en het AvA-besluit uit 2007, en onduidelijkheid over de herkomst van de bedragen.
De rechtbank stelde vast dat de vordering en de daaraan ten grondslag liggende stellingen onnavolgbaar waren. Daarnaast werd Holding Silest veroordeeld in de proceskosten van de curatoren, omdat zij misbruik van procesrecht had gemaakt door een kansloze vordering in te dienen. De proceskosten werden vastgesteld op €4.465,72. Het vonnis werd gewezen door rechter Manders en op 5 oktober 2022 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verificatievordering van Holding Silest af en veroordeelt haar in de proceskosten wegens misbruik van procesrecht.