De zaak betreft een verzoek van de huurder tot verlenging van de ontruimingstermijn van een bedrijfsruimte op grond van artikel 7:230a BW. De huurder huurt sinds 2017 een kantoor- en opslagruimte en de verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd met ontruiming per 30 september 2022.
De huurder betoogt dat de ontruimingstermijn te kort is vanwege de moeilijkheid om geschikte nieuwe bedrijfsruimte te vinden en de kosten van het aanpassen van brochures. De verhuurder stelt dat hij de ruimte nodig heeft wegens verkoop van zijn huidige pand, maar heeft geen concreet leveringsmoment kunnen aangeven.
De kantonrechter maakt een belangenafweging en oordeelt dat de belangen van de huurder bij een korte verlenging zwaarder wegen dan die van de verhuurder. De ontruimingstermijn wordt daarom verlengd tot 1 februari 2023. Het verzoek tot verhoging van de gebruiksvergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is op 1 november 2022 uitgesproken door de kantonrechter.