Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1. De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
956,00(2,0 punten × tarief € 478,00)
Rechtbank Overijssel
In deze civiele procedure vordert eiser de vernietiging van de levering van een woning aan gedaagde 1, stellende dat deze levering paulianeus is en daarmee onrechtmatig jegens hem. Eiser baseert zich op artikel 3:45 BW Pro en stelt dat de levering een onverplichte rechtshandeling betreft die tot benadeling van zijn verhaalsmogelijkheden leidt. Tevens wordt betoogd dat de levering een verboden zekerheidsoverdracht is zoals bedoeld in artikel 3:84 lid 3 BW Pro.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde 3 en zijn echtgenote de woning hebben gekocht en dat gedaagde 1 via een koopovereenkomst eigenaar is geworden. De levering vond plaats in het kader van een hypothecaire lening die door een derde was verstrekt en waarvan de looptijd was verstreken. Gedaagde 1 heeft verklaard de woning als investering te zien en de koopovereenkomst was geen schijnconstructie.
De rechtbank oordeelt dat de levering geen onverplichte rechtshandeling is, omdat de verkopers door omstandigheden gedwongen waren de woning te verkopen. Ook is niet gebleken dat de levering een zekerheidsoverdracht betreft, aangezien geen schuld aan gedaagde 1 is vastgesteld. Hierdoor zijn de voorwaarden voor vernietiging op grond van artikel 3:45 BW Pro niet vervuld en faalt het beroep op artikel 3:84 lid 3 BW Pro.
De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen. Ook de vordering tot betaling van voorschot op kosten wordt afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagden zijn begroot op € 2.257,00. Het vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en op 26 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van de levering van de woning af en veroordeelt eiser in de proceskosten.