Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
ZORGNETWERK OP MAAT COÖPERATIE U.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Epse,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
Een zorgverlener vordert betaling van € 2.610 voor niet geleverde zorg tijdens de coronapandemie van een voormalig bewindvoerder die het persoonsgebonden budget (PGB) beheerde van de zorgontvanger. De zorgverlener had een zorgovereenkomst met de zorgontvanger gesloten, niet met de bewindvoerder.
De rechtbank oordeelt dat de bewindvoerder geen partij was bij de zorgovereenkomst en daarom niet tekortgeschoten kan zijn in de nakoming. Ook is geen sprake van onrechtmatige daad, omdat de bewindvoerder vanuit zijn taak als vertegenwoordiger van de zorgontvanger om een nadere specificatie van de gedeclareerde zorg mocht vragen. De zorgverlener heeft deze toelichting niet gegeven.
De rechter benadrukt dat de bewindvoerder een zorgplicht had jegens de zorgontvanger en dat het vragen om uitleg passend was, zeker gezien de aanzienlijke stijging van gedeclareerde uren dagbesteding in maart en april 2020. De vordering wordt afgewezen en de zorgverlener wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van € 2.610 voor niet geleverde zorg wordt afgewezen.