Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beslissing
het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolgingvan verdachte.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben en gebruiken van 96 valse facturen en gewoontewitwassen van meer dan drie miljoen euro in de periode van 2009 tot 2017.
Tijdens de openbare terechtzittingen op 6 juli 2020, 22 augustus 2022, 20 oktober 2022 en 3 november 2022 werd het proces gevoerd. De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat zij bevoegd was de zaak te behandelen.
Echter, de rechtbank nam kennis van het overlijden van verdachte in 2021, waarop het Openbaar Ministerie verzocht om niet-ontvankelijkheid in de vervolging. Gezien het overlijden van verdachte werd dit verzoek toegewezen en verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
De tenlastelegging betrof valsheid in geschrifte met betrekking tot valse facturen van verschillende bedrijven en gewoontewitwassen van een totaalbedrag van €3.224.255,35. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder inhoudelijke uitspraak over de schuld van verdachte vanwege diens overlijden.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van verdachte.