Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De beslissing samengevat
Waarover gaat deze zaak?
3.Het geschil
4.De beoordeling
Spoedeisend belang
498,00
Rechtbank Overijssel
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van de woning na afloop van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd van twee jaar, die op 31 oktober 2022 is geëindigd. De huurder betwist de ontruiming en beroept zich op huurbescherming en persoonlijke omstandigheden, waaronder het ontbreken van een alternatieve woning voor haar en haar minderjarige kinderen. Tevens is er een geschil over een betalingsachterstand in servicekosten.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst rechtsgeldig is aangegaan en tijdig is aangezegd, waardoor deze van rechtswege is geëindigd per 31 oktober 2022. De persoonlijke omstandigheden van de huurder wegen niet op tegen het recht van de verhuurder om de woning te ontruimen, temeer daar de huurder bewust heeft gekozen voor een huurovereenkomst voor bepaalde tijd.
Ook de vordering tot betaling van € 1.022,10 aan achterstallige servicekosten wordt toegewezen, aangezien de huurder de verschuldigdheid niet heeft betwist. De kantonrechter legt een ontruimingstermijn van 14 dagen na betekening van het vonnis op en veroordeelt de huurder in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige servicekosten met wettelijke rente.