Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[naam 1] e.a., te Hasselt, verzoekers,
het college van burgemeester en wethouders van Zwartewaterland, verweerder,
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam vennootschap 1] BV, te Kampen,
Procesverloop
- het bouwen van een bouwwerk,
- het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, en
- het veranderen van een (milieu)inrichting,
- verzoekers: [naam 1] , [naam 2] , mede namens [naam vennootschap 2] BV en [naam 3]
- verweerder: A.J. Boers en A. Winters,
- derde-partij: [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] ,
Overwegingen
derde-partij al is begonnen met bouwwerkzaamheden op het bouwperceel terwijl de omgevingsvergunning nog niet in werking is getreden. Verzoekers wijzen er daarbij op dat zij het niet eens zijn met de verleende omgevingsvergunning en dat zij voornemens zijn daartegen beroep in te stellen en daarbij ook een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Zij hebben echter meer tijd nodig om deze procedurele stappen voor te bereiden. De uitgestelde inwerkingtredingstermijn van artikel 6.1, tweede lid, van de Wabo is bedoeld om hen deze tijd te gunnen, maar wordt nu met voeten getreden. De voorzieningenrechter wordt daarom verzocht in te grijpen.
- vanaf 7 november 2022 mortelschroefpalen in de grond worden geboord,
- vanaf 21 november 2022 wordt gestart met bemaling ten behoeve van een te plaatsen kelder, en
- vanaf 14 december 2022 wordt gestart met het slaan van damwanden.
- een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage is gelegd;
- een definitieve omgevingsvergunning is verleend voor de start van de huidige bouwwerkzaamheden;
- de omgevingsvergunning op korte termijn daadwerkelijk in werking zal treden.
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- draagt verweerder op om de derde-partij per direct een bouwstop op te leggen met betrekking tot de bouwactiviteiten op het perceel Gildenweg 1 te Hasselt;
- bepaalt dat deze voorlopige voorziening van kracht blijft tot:
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan verzoekers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 1.518.