Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft een huurgeschil waarbij verhuurder [A] vorderde dat huurder [B] de woning zou ontruimen vanwege een huurachterstand. Kort voor de zitting betaalde huurder de volledige achterstand van € 4.278,68, inclusief rente en proceskosten. Ondanks deze betaling liet verhuurder de zitting doorgaan. De kantonrechter oordeelde dat er geen belang meer was bij toewijzing van de vordering tot betaling van de huurachterstand en wees de ontruimingsvordering af, mede gelet op de coronagerelateerde financiële situatie van huurder.
In reconventie vorderde huurder vergoeding van zijn proceskosten wegens misbruik van procesrecht door verhuurder. De kantonrechter stelde vast dat de afspraak was gemaakt dat de zaak zou worden ingetrokken als de achterstand werd voldaan, maar dat verhuurder dit niet had gedaan. Dit werd als onrechtmatig beschouwd. Hoewel niet alle advocaatkosten konden worden toegewezen vanwege ontbrekende specificaties, werd een redelijke vergoeding van € 600,05 toegekend.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van het naleven van afspraken in procedures en de gevolgen van onnodig procederen.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en betaling van de huurachterstand worden afgewezen en verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van € 600,05 aan huurder wegens onrechtmatig procederen.