Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verdere procesverloop
- het tussenvonnis van 6 april 2022;
- de akte zijdens [gedaagde 2] d.d. 17 juni 2022;
- het e-mailbericht van mr. Spruit d.d. 20 juni 2022, waarbij de producties 16, 17 en 18 namens De Noordhollandsche in het geding zijn gebracht;
- productie 4, welke door [gedaagde 2] is overgelegd en op 23 juni 2022 door de rechtbank is ontvangen.
[A] is namens de Noordhollandsche verschenen, vergezeld door mr. Spruit. [gedaagde 2] is vanwege ziekte niet verschenen. Mr. Madu en de beschermingswindvoerder van [gedaagde 2] , mevrouw [B] van Stadsbank Oost Nederland, zijn wel verschenen. Mr. Madu heeft verklaard dat de behandeling zonder haar cliënte kon plaatsvinden. Mr. Spruit heeft pleitaantekeningen overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
2.De feiten
De Noordhollandsche weten dat zij, ondanks herhaalde verzoeken, nog geen schadeaangifteformulier heeft ontvangen.
De Noordhollandsche [gedaagde 2] opnieuw aangeschreven. Inmiddels was RVS overgenomen door Nationale Nederlanden. Op 19 november 2015 is [gedaagde 2] nogmaals aangeschreven door deze advocaat. De huidige advocaat van De Noordhollandsche heeft [gedaagde 2] op 27 maart 2018 aangeschreven. Bij brief van 4 juni 2018 heeft de advocaat van [gedaagde 2] gereageerd op deze brief.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- Voorafgaand aan het ongeval was [slachtoffer] al lopend een boekje aan het lezen.
- [gedaagde 2] is met drie van haar kinderen overgestoken toen het voetgangersverkeerslicht op groen stond. [slachtoffer] is toen niet met haar meegelopen. Op dat moment stond [betrokkene 1] voor een rood verkeerslicht te wachten met voor haar nog een andere auto.
- Toen het verkeerslicht voor [betrokkene 1] op groen sprong, is [betrokkene 1]
- Vanaf een parkeerhaven tussen aldaar geparkeerde auto’s is [slachtoffer] de rijbaan van de Doctor Berlagelaan opgestapt. Dit was voor [betrokkene 1] volkomen onverwacht. [betrokkene 1] kon [slachtoffer] niet meer ontwijken.
- De aanrijding heeft niet plaatsgevonden op de voetgangersoversteekplaats, maar gezien vanuit de rijrichting van [betrokkene 1] , ongeveer 10 à 15 meter daarachter.
- Voorafgaand aan het ongeval was [slachtoffer] geen boekje aan het lezen.
- [gedaagde 2] is met alle vier de kinderen overgestoken op de oversteekplaats toen het voetgangersverkeerslicht op groen stond. Op dat moment stond het verkeerslicht voor [betrokkene 1] op rood. Zij stond niet tweede in de rij maar direct voorgesorteerd voor het verkeerslicht.
- [gedaagde 2] betwist dat [slachtoffer] tussen de direct daarachter geparkeerd staande auto’s de rijbaan is opgerend.
- Het staat niet vast dat [betrokkene 1] circa 20 km per uur reed.
- Geen van de getuigen heeft het ongeval zien gebeuren.
- [gedaagde 2] zelf heeft over de toedracht omstreeks 30 juni 2022 de volgende schriftelijke (nadere) verklaring afgelegd:
en [getuige 2] en [getuige 4] .
- Tussen de 5 en 10 jaar ontstaat bij een kind het besef van gevaar
- Vanaf ± 5 jaar gaan kinderen fietsen; in het begin slingeren ze daarbij flink (vooral bij achteromkijken en lage snelheid)
- Vanaf ongeveer 6 jaar kennen kinderen de functie van een trottoir, een zebrapad en een verkeerslicht (rood is stoppen, groen is veilig)
- Tot de leeftijd van 8 á 9 jaar kunnen kinderen gevaren niet zien aankomen
- Tot ± 10 jaar ontwikkelt het gezichtsveld en het vermogen om vanuit de ooghoek te zien
- Tot ongeveer 10 jaar overschatten kinderen snelheid. Hierdoor wachten ze ook voor fietsers en auto’s die nog erg ver weg zijn”
10 september 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:4466 en een niet gepubliceerd vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 december 2019, geregistreerd onder nummer C/10/550291/HA ZA 18-476, welk vonnis door het Hof Den Haag is vernietigd bij arrest van 17 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:783. In aangehaalde genoemde zaken was het voor de ouder duidelijk dat zich een mogelijk gevaarlijke situatie voordeed voor hun kind. In de onderhavige zaak was [gedaagde 2] zich echter niet bewust dat er een mogelijk gevaarlijke situatie was ontstaan, omdat [gedaagde 2] niet wist dat [slachtoffer] niet met haar was mee overgestoken. De rechtbank acht dit gegeven een wezenlijk verschil.
De Noordhollandsche afwijzen en haar als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van deze procedure. De rechtbank begroot deze kosten aan de zijde van [gedaagde 2] op € 85,- aan verschotten (griffierecht) en € 4.425,- (2,5 punten x tarief V
€ 1.770,-) aan salaris van de advocaat.
5.De beslissing
€ 163,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat
De Noordhollandsche niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van
€ 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de dag van voldoening,
17 augustus 2022. [2]