ECLI:NL:RBOVE:2022:3672
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring wrakingsverzoek tegen meervoudige kamer in ontnemingszaak
Op 21 november 2022 vond een zitting plaats in de ontnemingszaak tegen verzoeker, waarbij de meervoudige kamer de zaak behandelde. Verzoeker verliet de zitting uit onvrede over een mededeling van de voorzitter. De volgende dag diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige kamer wegens vermeende partijdigheid.
Verzoeker stelde dat het Openbaar Ministerie ontlastend bewijs had achtergehouden dat het strafvonnis in de onderliggende strafzaak ondermijnt. Hij meende dat de meervoudige kamer onterecht uitging van het strafvonnis, wat in strijd zou zijn met goede procesorde en artikel 6 EVRM Pro.
De meervoudige kamer stelde dat het wrakingsverzoek ongegrond was omdat het uitgangspunt om het strafvonnis als basis te nemen in de ontnemingsprocedure wettelijk is verankerd (art. 36e Sr). Er waren geen feiten die op vooringenomenheid wezen. De wrakingskamer oordeelde dat de indruk van partijdigheid objectief moet zijn en dat de rechters worden vermoed onpartijdig te zijn.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die de onpartijdigheid van de meervoudige kamer aantasten. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige kamer wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.