Een werknemer heeft kort voor zijn arbeidsongeschiktheid ingestemd met een aanpassing van zijn arbeidsduur van 40 naar 32 uur per week. Hij vorderde vernietiging van deze aanpassing wegens dwaling en misbruik van omstandigheden en stelde aanspraak te maken op het salaris over 40 uur per week en op uitbetaling van gemiddelde overuren.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer ten tijde van de aanpassing niet arbeidsongeschikt was en dat de werkgever geen aanleiding had om te vermoeden dat het verzoek verband hield met medische klachten. De werknemer was op de hoogte dat hij minder uren ging werken en dat dit gevolgen had voor zijn loon. Er was geen sprake van een mededelingsplicht van de werkgever over de mogelijkheid tot gedeeltelijke ziekmelding.
Verder is vastgesteld dat de cao Bouw & Infra een gunstigere regeling bevat voor loondoorbetaling tijdens ziekte dan de wettelijke regeling, waardoor de werknemer geen recht heeft op betaling van het gemiddelde aantal overuren. De vorderingen van de werknemer zijn daarom afgewezen en hij is veroordeeld in de proceskosten.