Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
te [woonplaats] ,
te [vestigingsplaats] ,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 27 oktober 2022 en de op die zitting voorgedragen pleitnota van [verweerster] .
Rechtbank Overijssel
In deze zaak vordert de werknemer betaling van een transitievergoeding, waarbij onenigheid bestaat over de berekeningsgrondslag. De werknemer stelt primair dat de vergoeding moet worden berekend op basis van zijn gemiddelde arbeidsuren in de drie maanden voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid, en subsidiair op basis van een 40-urige werkweek.
De werkgever betwist deze standpunten en stelt dat slechts de meer subsidiaire transitievergoeding van € 26.951,13 bruto verschuldigd is, gebaseerd op een arbeidsduur van 32 uur per week. De kantonrechter verwijst naar een gelijktijdige loonvorderingsprocedure waarin is geoordeeld dat de werknemer geen aanspraak kan maken op uitbetaling van overuren of een 40-urige arbeidsduur.
Gelet op deze uitspraak concludeert de kantonrechter dat de transitievergoeding moet worden berekend op basis van 32 uur per week, hetgeen overeenkomt met € 26.951,13 bruto. De hogere vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van deze transitievergoeding met wettelijke rente vanaf 2 juni 2022 en de proceskosten van € 584,00.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van transitievergoeding van € 26.951,13 bruto met wettelijke rente en proceskosten.