Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
6 oktober 2022 en van 15 december 2022.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
24 maanden passend en geboden. Dit met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
8.De schade van benadeelde
€ 3.058,50 (drieduizendachtenvijftig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
€ 1.500,--. De rechtbank zal alles wat meer of anders is gevorderd afwijzen.
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.943,50, (zegge:
duizend negenhonderddrieënveertig euro en vijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
29 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Overijssel van 1 oktober 2019 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
180 dagen;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 9 juni 2020 voorwaardelijk opgelegde
gevangenisstrafvoor de duur van
4 maanden.