In deze kort gedingprocedure vordert eiser de waardeloosverklaring van twee conservatoire beslagen die gedaagde op 12 januari 2018 en 7 februari 2018 ten laste van eiser heeft gelegd. De beslagen zijn gelegd ter zekerheid van een vordering die in de hoofdzaak is afgewezen en in kracht van gewijsde is gegaan.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst de vraag of verstek kan worden verleend tegen gedaagde, die in Turkije woont en niet is verschenen. Gezien het spoedeisende karakter van de vordering en de wijze van betekening, wordt verstek verleend. Vervolgens oordeelt de rechter dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is op grond van Brussel I bis-Verordening en dat Nederlands recht van toepassing is volgens de Rome II-Verordening.
De vordering wordt toegewezen omdat de beslagen van rechtswege zijn vervallen na de afwijzing van de hoofdvordering. Gedaagde heeft nagelaten de beslagen door te halen, waardoor de inschrijving waardeloos is geworden. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, die inclusief nakosten en wettelijke rente worden toegewezen.