Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
- dat verdachte en echtgenoot over vermogen hebben beschikt en hebben kunnen beschikken hetwelk het (zogenaamde) bescheiden vermogen (ver) te boven ging en
- dat verdachtes echtgenoot werkzaamheden heeft verricht en inkomsten uit arbeid heeft genoten.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarenschuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
4 (vier) maanden.
- verdachte I het merendeel van de week, in oude kleren, vergezeld door zijn zoon, ’s ochtends (vroeg) de woning verliet;
- de zoon daarbij ook oude kluskleren droeg die grijs waren uitgeslagen;
- zij dan na enkele uren weer bij de woning verschenen;
- zij ook wel door een derde persoon, naar later bleek de neef van verdachte I, met een bestelbus voor de woning werden afgezet;
- verdachten gebruik maakten van een donkere Mercedes personenwagen met kenteken [kenteken 2] ;
- de zoon van verdachten, kennelijk ook feitelijk verbleef aan de [woonplaats 1] in plaats van het adres [woonplaats 2] .