Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. P.A. van der Vliet en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.H. Hofstede, advocaat te Doetinchem, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- een proces-verbaal van bevindingen van 23 oktober 2019 (pag. 87 e.v.);
- een proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 19 november 2019 (pag. 36 e.v.)
- een proces verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 27 november 2019 (pag. 309 e.v.);
- het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 21 februari 2022, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
228 (tweehonderdenachtentwintig) dagen;
180 (honderden tachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
200 (tweehonderd) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
100 (honderd) dagen;
een geldboete van € 1000,00 (zegge: duizend euro);
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
mr. J.T. Pouw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Koning, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2022.